"De voedselsector is belangrijk voor de Nederlandse economie. Zij draagt al jaren 10-13% bij aan het BNP en de werkgelegenheid. Ook tijdens de crisis is de sector altijd stabiel gebleken. We hebben internationaal een uitstekende reputatie met food en agri. Voor de toekomst is het van cruciaal belang dat agrarische bedrijven kunnen blijven innoveren", aldus Prof.dr.ir. Siem Korver, kerndocent module Mondiale Voedseleconomie aan de Nyenrode Business Universiteit. Desondanks is het voor voedselproducerende bedrijven niet altijd even makkelijk om hun ambities gefinancierd te krijgen. Zeker na de crisis is bancair krediet voor boeren en tuinders niet langer vanzelfsprekend. Samen met de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) organiseerde Nyenrode onlangs een seminar over de financiering van de toekomst in de agrarische en voedselsector. Waarom is een bank zo kritisch, waar kijkt zij naar en welke alternatieven zijn er eigenlijk voor bancair krediet?

Herbert Rijken

Perspectief vanuit de bank
Prof.dr.ir. Herbert Rijken, kerndocent module Risico en Financiering op Nyenrode, schetst het perspectief vanuit een bank. Was vroeger de zekerheid van een grondgebonden boerenbedrijf vaak al voldoende voor het verstrekken van een lening, nu is dat niet meer dan één van de aspecten van het financieringsrisico. Het risico verbonden aan de business is nu zeker zo belangrijk voor het beoordelen van de kredietwaardigheid. “En een bank is geen ondernemer. Zij raakt echt niet onder de indruk van kansen en mogelijkheden. Als ‘prudent’ beheerder van spaargelden en verstrekker van vreemd vermogen, richt zij zich van nature op de ‘downside’ van gepresenteerde plannen”, aldus Rijken. “En dat is ook niet verwonderlijk als je bedenkt dat het aandeel MKB bedrijven in het totaal aan noodlijdende kredieten in 2013 is verdrievoudigd ten opzichte van 2008.”


Het veranderende businessmodel van banken helpt ook al niet. Rijken: “Onder de nieuwe Basel richtlijnen moeten banken aanzienlijk meer duur kapitaal aanhouden, zeker voor leningen aan partijen met een relatief lage kredietrating.” In combinatie met de fors hogere operationele lasten van compliance, lopen de kosten dan snel op. McKinsey berekende onlangs dat het MKB-segment voor banken in 2012 een negatief economisch resultaat opleverde van 1,1% van het totaalbedrag aan uitstaande leningen. Het is dan ook niet voor niets dat Deutsche Bank vorig jaar besloot te stoppen met het financieren van het MKB in Nederland.

Wat betekent dat voor de financiering van het MKB? In haar rapport ‘Het kleinbedrijf: Grote motor van Nederland’ berekent McKinsey dat, terwijl het totaalvolume aan uitstaande bankleningen medio 2012 afgelopen jaren nauwelijks is veranderd, het aantal verstrekkingen tot € 250.000 met maar liefst 12% in gedaald. DNB stelt vast dat banken de standaarden voor kredietacceptatie aanscherpen maar dat ook het aantal aanvragen afneemt. “Een typisch geval van de kip of het ei”, concludeert Rijken.

Rijken stelt vast dat de alternatieve markt voor zakelijke leningen nog relatief beperkt is. Zoals uit gegevens van de ECB blijkt, is de bankensector in Europa overladen met uitstaande leningen. Rijken: “Afgelopen decennia heeft er in de Verenigde Staten een verschuiving plaatsgevonden richting obligaties. Het aandeel bancaire leningen is daar juist beperkt.”

“Het vervelende is dat er ook nauwelijks een kapitaalmarkt is voor kleinere ondernemingen met een financieringsprobleem. McKinsey toont in voornoemd rapport aan dat 28% van het eigen vermogen van het kleinbedrijf opgebracht wordt door de ondernemer zelf en 49% door familie en vrienden. Slechts 26% komt van anderen. Financiering van het middelgrote bedrijven met groeipotentie gaat nog wel maar voor het kleinbedrijf ligt het gewoon erg lastig”, concludeert Rijken.

Tal van initiatieven zijn in ontwikkeling maar de schaal is nog zeer beperkt. In het buitenland zijn kredietunies succesvol, in Nederland bevinden zij zich nog in de opstartfase. Microfinanciering met Qredits is een snel groeiend initiatief van banken en verzekeraars voor bedrijfskredieten tot 150.000 Euro. Op 17 juni 2014 maakte het Verbond van Verzekeraars bekend dat negen verzekeraars samen 280 miljoen Euro bij willen dragen aan de financiering van het MKB. Veel is daar nog niet over bekend, wel dat de uitvoering bij ABN AMRO ligt. Ook het kabinet erkent het probleem en kondigde op 8 juli 2014 een serie maatregelen aan die het MKB moet voorzien van 2,5 miljard aan extra financieringsruimte. Voor het middelgrote bedrijfsleven is de NPEX-beurs in ontwikkeling en voor de wat grotere bedrijven is sinds begin dit jaar het NL Ondernemingsfonds beschikbaar. Tenslotte zijn er natuurlijk nog een aantal fondsen die economische activiteiten op provinciaal of lokaal niveau stimuleren.

Alle goede initiatieven ten spijt, blijft Rijken van mening dat de bank nog altijd de beste bron van financiering is voor het MKB. “Wel moeten ondernemers hun aanvragen beter voorbereiden omdat de bank nu eenmaal kritischer is geworden. De Europese Commissie onderstreept het belang van de dialoog tussen de bank en het MKB. Toegang tot krediet acht zij cruciaal voor zowel het MKB als de gehele economie. Volgens Europese richtlijnen hebben bedrijven bovendien het recht om te weten waarom een aanvraag wordt afgekeurd. Dat helpt hen bij het indienen van een nieuwe aanvraag.”

Ruud Huirne

Visie van de Rabobank
Ruud Huirne, directeur Food & Agri bij Rabobank Nederland, beschrijft de ontwikkelingen bij zijn bank. “Hoewel veel agrarische bedrijven veelal kwalificeren als kleinbedrijf, ligt de situatie hier toch wat anders. Al jaren beweegt het bedrag dat de Rabobank heeft uitstaan binnen de agrarische sector zich rond de 30 miljard Euro.” Hij concludeert dat er volop wordt geïnvesteerd om op een hoger kwaliteitsniveau te komen. “De kwaliteit van de ingediende plannen was bovendien goed. In 2013 is maar liefst 95% van de aanvragen goedgekeurd. Daarmee heeft de Rabobank 3,125 miljard Euro aan nieuwe kredieten verstrekt.“ De zaal reageert verbaasd op de gepresenteerde getallen. Kennelijk behoren een aantal ondernemers tot de 5% afwijzingen.

De agrarische sector blijft belangrijk voor de Rabobank. De bank ziet wereldwijd een toenemende vraag naar ‘Food, Feed, Fuel, Fiber en Ingredients’. Huirne: “Ondernemers die hierop inspelen door marktgericht en duurzaam te innoveren, helpen wij in principe graag.” Niet aan de hand dus? Nou ja, niet helemaal. Huirne schetst een aantal trends die herkenbaar zijn. “De vraag naar leningen zal op middellange termijn stijgen, daarbij veranderen de wensen van klanten. Aan de andere kant stagneert het aanbod van bancaire leningen onder druk van Basel 3. Per saldo staat de winstgevendheid van banken onder druk en moeten andere financieringspartijen de leemtes invullen.” Huirne is dan ook van mening dat de functie van bank als ‘doorgeefluik van krediet’ zal veranderen. Hij schetst het speelveld: “Bij verschillende stadia horen verschillende financieringsvormen.” Het is de bekende S-curve waar bedrijven doorheen gaan. De startfase beschrijft hij als de ‘Valley of Death’ waar financiering buitengewoon lastig ligt.

Valley Of Death
Voor het financieren van innovaties is zijn credo dan ook: ‘Stapelen moet’. Meerdere partijen moeten vanuit hun eigen achtergrond bijdragen. “We moeten financiering van innovaties slim aanpakken door partijen met elkaar te verbinden en expertise te delen.” Hij geeft een aantal mogelijkheden: “Innovatieve ondernemers komen vaak in aanmerking voor fiscale voordelen die de financieringsbehoefte kunnen verlagen. Bestaande bancaire producten kunnen worden versterkt door regionale ontwikkelingsmaatschappijen, provincies, gemeentes en dergelijke. De regelingen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen Agentschap.nl) zijn mogelijk van toepassing. En, niet in de laatste plaats: ken je ‘Quatro helix’, ofwel kennisinstituten, partners en incubators. Kortom: expertise opbouwen, innovatief financieren en netwerken.”

Roland Lampe

Kredietunie als alternatief
Roland Lampe, één van de initiatiefnemers van het Kredietunie Initiatief blijft sceptisch over de rol van banken, met name bij het MKB. Veel meer ziet hij in maatschappelijk krediet verlenen met coaching van, voor en door ondernemers bijvoorbeeld specifiek voor de land- en tuinbouw. In het buitenland zijn ‘credit unions’ grote spelers. Ondanks politieke wil, blijkt het in Nederland nog best lastig om met kredietunies te beginnen. Na jarenlang overleg met regelgevers en toezichthouders, zijn de eerste kredietunies inmiddels opgericht en nagenoeg operationeel. Lampe: “De belangstelling is erg groot. Veel MKB ondernemers hebben het gevoel dat ze bij een bank niet meer hoeven aan te kloppen. We hebben op dit moment meer dan 100 concrete aanvragen liggen voor regionale of sectorale kredietunies.”

Het concept van de kredietunie onderscheidt zich met name van crowdfunding door de solidariteit. Het is een besloten kring van ondernemers die elkaar willen helpen met geld en expertise. Zowel geldverstrekkers als kredietnemers zijn lid van een kredietunie en de middelen worden gespreid over goedgekeurde aanvragen. Op dit moment is de schaal van een kredietunie in Nederland beperkt tot 2,5 miljoen Euro. Een kredietunie kan geen beroep doen op de publieke spaarmarkt en mag geen vreemd vermogen aantrekken buiten haar eigen ledenbestand. Een maximale lening bedraagt 250.000 Euro.

Is de impact van kredietunies daarmee niet beperkt? Lampe: “Het is niet zozeer de hoogte van het bedrag dat wordt uitgeleend als wel het aantal ondernemers dat door andere ondernemers kan worden geholpen via Kredietunies. Dat gaat verder dan het verstrekken van een geldlening. Financiering gaat hand-in-hand met kennis van de markt. Niet voor niets is coaching een belangrijk onderdeel van het concept. Dat geeft ook vertrouwen naar andere partijen zoals banken en fondsen.”

Ronald Kleverlaan

Crowdfunding gaat over directe betrokkenheid
De laatste inleiding is van Ronald Kleverlaan, één van de bekendste aanjagers van crowdfunding in Nederland. Anders dan bij kredietunies, vraagt de ondernemer met crowdfunding financiering van een concreet project. Investeerders zijn per definitie mensen die daarin geloven. Toch leidt het begrip ‘crowdfunding’ als snel tot misverstanden. Kleverlaan: “Het begint al met het woord ‘crowd’. Er is immers geen sprake van een anonieme crowd maar veeleer van een betrokken community van mensen die geloof hebben in het project en de ondernemer. En zo’n community kan verschillende drijfveren hebben. Denk aan de 333 hardlopers die samen De Groene van Amsterdam hebben gefinancierd om deel te kunnen nemen. Of 2.560 mensen die in een beleving investeren met Buitengewone Varkens en in vlees werden terugbetaald. Een goed voorbeeld ook is de doorstart van Dominicanen, de boekhandel van het failliete Polare in Maastricht. De meeste investeerders zijn betrokken klanten.”

Crowdfunding gaat om meer dan alleen geld. Kleverlaan vervolgt: “Dat is het tweede misverstand ‘funding’. De meerwaarde zit in andere aspecten. Neem bijvoorbeeld De Luchtsingel in Rotterdam, een ontwerp voor een brug die het station met de stad zou verbinden. Deelnemers mochten hun naam op een balk plaatsen en werden zo enthousiast dat het project in 2012 Stadsinitiatief won en kon worden gerealiseerd. Marketing is dus zeker een waardevol aspect van crowdfunding. Denk ook aan Qolors waarbij een onderneemster een eigen kledinglijn op kon zetten. Dat geeft direct ook klantenbinding. Zelfs voor marktonderzoek is het bruikbaar. Denk maar aan Rob Wijnberg die al jaren rondliep met een concept voor een advertentievrije digitale krant. Dat werd De Correspondent die inmiddels bijna een jaar bestaat. Sociale betrokkenheid kan een drijfveer zijn. Denk aan voetbalclub De Graafschap waarbij 2.000 fans zich verenigden als shirt sponsor. Internationaal is wellicht Oculus Rift het meest aansprekende voorbeeld van crowdfunding. Een concept voor een virtual reality bril die met crowdfunding 2,5 miljoen dollar ophaalde in de voorverkoop. Dat wekte interesse bij venture capitalists en onlangs werd het bedrijf voor 2 miljard dollar verkocht aan Facebook.”

Korver Presenteert

Conclusie
Hoe belangrijk innovatie ook is voor de Nederlandse ‘Food en Agri’-sector, het vinden van passende financieringsoplossingen voor investeringen zal een grotere uitdaging worden. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij ondernemers die hun plannen in de toekomst nog beter zullen moeten onderbouwen. Siem Korver: "Het is wel duidelijk geworden dat de bank zeker niet meer de vanzelfsprekende en exclusieve financier kan zijn. In de toekomst zullen ondernemers verschillende financieringsbronnen moeten combineren. Dat vraagt overzicht van de mogelijkheden en kennis om aanvragen toe te snijden op specifieke functie van de financiering." Het is nog onduidelijk wie in dit proces de regie zal voeren. Is het de ondernemer die, al dan niet ondersteund door een adviseur, zelf zijn weg moet zoeken? Of kan de bank wellicht over haar eigen schaduw heenstappen door als regisseur naast de ondernemer te gaan staan? Goed dat Nyenrode dit soort bijeenkomsten organiseert want gemakkelijker wordt het er niet op.

Copyright: Wim Assink
Publicatie: september 2014