Verantwoord investeren

Op 17 november 2014 verscheen voor de vierde keer de Access to Medicine Index. Zoals de naam al doet vermoeden, is het de ambitie om de toegang tot medicijnen te verbeteren door inspanningen van farmaceutische bedrijven met elkaar te vergelijken. De Access to Medicine Index verschijnt tweejaarlijks en wordt internationaal gewaardeerd door een groot aantal stakeholders. Ook veel institutionele beleggers hebben het ‘investor statement’ onderschreven. Zij gebruiken de rapporten om actief invulling te geven aan een verantwoord beleggingsbeleid. Een gesprek met initiatiefnemer en CEO Wim Leereveld en COO Ed Monchen over de index en haar impact.

Atmindex De discussie over verantwoord ondernemen is complex. Vaak gaat het over een scala aan criteria en hun onderlinge weging. Wie neemt de eerste stap en wat zijn de voordelen? Hoe verhelderend kan het zijn om één concrete doelstelling te hebben, zeker als die de legitimiteit van een hele sector schraagt. De Access to Medicine Index (ATMI) is zo’n initiatief. Een breed gedragen framework van criteria waarmee regelmatig feitelijke prestaties worden gemeten. Beslist geen ‘schandpaal’ maar een degelijk onderbouwde ranking van de twintig grootste farmaceutische bedrijven met een gezamenlijk marktaandeel van meer dan 50%.

Initiatiefnemer van de index is Wim Leereveld (1951), een altijd vriendelijke doch even gedreven man met een uitgesproken pioniersgeest. Ooit begon hij aan een studie Andragologie, een wetenschap die zich tot doel stelt de mensheid bij te staan in de ontwikkeling tot mondigheid, autonomie, humaniteit en verantwoordelijkheid. Deze opleiding heeft hij niet afgemaakt maar de wereldverbeteraar in hem is nooit helemaal verloren gegaan. Aan Leereveld allereerst de vraag hoe hij bij Big Pharma betrokken is geraakt.

Waarom Big Pharma? 
"Voor ik met de index begon, heb ik ruim vijftien jaar intensief samengewerkt met marketing-afdelingen van grote farmaceutische bedrijven, eerst alleen in Nederland en later ook internationaal. Die achtergrond is me later goed van pas gekomen.” Leereveld verhaalt nuchter over de stand van zaken bij Big Pharma, zeer kapitaalintensieve bedrijven met een relatief hoog risicoprofiel. “Het ontwikkelen van medicijnen is een gecompliceerd proces, zeer kennisintensief en met uiterst geavanceerde technologie. De meeste innovaties stranden al in een vroegtijdig stadium, slechts weinig middelen leiden uiteindelijk tot verhandelbare medicijnen. Daarbij wordt de regelgeving voordurend stringenter zodat marktintroductie steeds lastiger wordt.” Naar verluidt haalt slechts 9% van de ontwikkelde geneesmiddelen uiteindelijk de markt. Veelal is dan al meer dan de helft van de patenttermijn verstreken voordat de miljardeninvestering kan worden terugverdiend. En na afloop van de patenttermijn zijn er tal van fabrikanten die de geneesmiddelen graag namaken tegen een fractie van de oorspronkelijke prijs. “Terecht of niet, de vroegere heroïek van het werken aan de gezondheid van mensen, heeft aan glans ingeboet.”

Maar hoe komt een succesvol zakenman er toe om zo een idealistisch doel na te streven?
“Ik weet het nog precies: 9/11 was voor mij een keerpunt. Terwijl de tragedie met de Twin Towers zich voltrok, zat ik bij een presentatie in Den Haag. Een loodgieter uit Rotterdam vertelde over zijn project om scholen te bouwen in Kenia. De passie waarmee hij zijn verhaal vertelde, raakte me onverwacht en diep. Wat een genot om te mogen werken aan het oplossen van een concreet probleem. Ik werd me er van bewust dat veel problemen in de wereld te maken hebben met ongelijkheid. Daar wilde ik iets tegen doen.

Big Pharma deed het op dat moment al niet meer voor Leereveld. “Op enig moment las ik het rapport Beyond Philantropy  dat is opgesteld naar aanleiding van de Aids-crisis in Zuid-Afrika. Daarin werd de farmaceutische industrie aangesproken op haar verantwoordelijkheid voor de gezondheid van miljoenen arme mensen in ontwikkelingslanden. De onderzoekers beschreven dat sommige farmaceuten het beter deden dan andere en lieten dat zien in een overzicht. Dat ene figuurtje was voor mij de trigger. Ik heb Sophia Tickell , één van de auteurs van Oxfam, vervolgens persoonlijk opgezocht en aangedrongen op herhaling. Met een eenmalig rapport doen bedrijven immers niets. Ze moeten zich zichtbaar kunnen verbeteren. Daar werd het idee voor de Access to Medicine Index geboren.”

Wimleereveld Leuk idee maar hoe is de eerste index tot stand gekomen?
“Het concept van een index sprak aan bij wetenschappers, overheden, intergouvernementele organisaties en ngo’s zoals Oxfam  en ICCO . Vrijwel iedereen zag de potentie al hadden de meesten grote twijfels over de haalbaarheid. Ik ben vervolgens begonnen met een serie ronde tafel gesprekken om uit te vinden wat alle stakeholders nu eigenlijk precies van farmaceutische bedrijven willen. Sophia Tickell heeft me vervolgens geholpen de resultaten te structureren in een logisch framework.

Gewapend met de resultaten uit deze ronde tafels, dacht Leereveld constructief met partijen te kunnen praten over zijn plannen voor een index. Harvey Bale, destijds president van de internationale koepelorganisatie IFPMA  distantieerde zich direct van het initiatief en ook bij de farmaceuten zelf vond hij geen ingang. Leereveld: “Gesteund door een aantal ngo’s besloten we de bedrijven dan maar zelf te beoordelen op basis van openbare informatie. We stelden een ‘fivepager’ op over de prestaties van de 20 belangrijkste farma bedrijven en stuurden die ter beoordeling toe. Na veel lobby-werk hebben 8 bedrijven gereageerd met commentaar. Die scoorden uiteraard beter op basis van transparantie. Uiteindelijk lag er in 2008 een eerste ranking van de belangrijkste 20 bedrijven gebaseerd op 7 technische indicatoren met 4 strategische invalshoeken.”

Maar waarom is de index zo belangrijk geworden?
“De eerste Access to Medicine Index werd direct opgepikt door de Financial Times die het op de voorpagina bracht. Na deze publicatie werden de farmaceutische bedrijven publiekelijk bestookt met vragen en begon het mechanisme te werken. De wetenschap dat de ranking iedere twee jaar wordt gepubliceerd, heeft er toe geleid dat de farmaceutische industrie thans een actief beleid voert op het toegankelijk maken van medicijnen en volop meewerkt aan de index.

Om hoger in de ranking te komen betrachten de meeste bedrijven een maximale openheid naar ons toe. Ik denk zelfs dat wij meer weten dan de WHO. Ze informeren ons bijvoorbeeld gedetailleerd over hun pijplijn met innovatieve middelen. Uiterst concurrentiegevoelige informatie waar wij vertrouwelijk mee omgaan maar die we ook zullen blijven volgen. Prima als een nieuw medicijn in ontwikkeling is maar hoe ga je daar dan in de toekomst mee om?”

Atmi 2014

Nu de index 2014 is opgeleverd, wil ATMI weer de langere termijn trends in beeld brengen. De lange termijn analyse tot 2012 liet al zien dat de bedrijven op vrijwel alle zes core-indicatoren beter presteren dan voordien. Leereveld: “Dit ondanks het feit dat we strenger worden in het beoordelen van de bedrijven. Bedrijven zakken dus niet omdat ze minder doen, maar omdat de eisen omhoog gaan. Deze algemene trend zet zich ook voor 2014 door, zij het niet op alle facetten. Op bepaalde vlakken zijn sommige bedrijven conservatiever dan op andere. Maar iedereen doet zijn best om het verschil te maken. Daarvoor hebben ze ook beloftes afgegeven.”



Natuurlijk zijn er altijd ‘leaders en laggards’, erkent hij. “GlaxoSmithKline doet het al jaren goed, zij bekleedt ook nu weer de eerste positie. Maar er zijn ook bedrijven die een vlakke ontwikkeling laten zien of zelfs slechter lijken te presteren. Maar onze eisen worden hoger en de reikwijdte neemt toe: inmiddels verwerken we gegevens over 47 ziektes in 106 landen met lage inkomens. Per onderneming beschrijven we waar verbetermogelijkheden liggen. En zelfs een daling in de ranking heeft een positief effect. Met de index bieden wij betrokkenen een onafhankelijk en feitelijk onderbouwd instrument om het gesprek aan te gaan. Door eerlijk te meten en te vergelijken, steunen wij kritische stakeholders om het bedrijf tot verbetering te bewegen.”

Welke invloed heeft de index bij andere stakeholders?
Inmiddels hebben 34 institutionele beleggers het ‘ Investor Statement ’ ondertekend. Gezamenlijk vertegenwoordigen zij een beheerd vermogen van USD 4.970 miljard. Nederlandse partijen die de index hebben ondertekend zijn: Achmea, APG, ASN Bank, Delta Lloyd Groep, PGGM en Robeco. Deze beleggers bevestigen dat zij in hun beleggingsbeleid rekening houden met de Access to Medicine Index. De wijze waarop zij de index inzetten verschilt. Een belegger als PGGM bijvoorbeeld, gebruikt de index in hun dialoog met farmaceutische bedrijven en streeft naar concrete verbetertrajecten. Daarmee geven zij pro-actief invulling aan een verantwoord beleggingsbeleid.

Ook politiek Den Haag is bekend met het initiatief. Zo stelde de Tweede Kamer deze zomer een aantal vragen aan de minister Ploumen over verzekeraars die het Investor Statement van Access to Medicine Index niet hebben onderschreven. In haar antwoord verklaarde de minister met het Verbond van Verzekeraars te bespreken hoe de index een bredere bekendheid en toepassing kan krijgen.

Intergouvernementele organisaties als de World Health Organisation  en tal van ngo’s refereren in toenemende mate aan de index als zij in discussie gaan met farmaceutische bedrijven. Leereveld: “Wij hebben inmiddels het niveau van gevestigd instituut bereikt. Afgelopen november nog, mocht ik spreken op het jaarcongres van de WHO met alle belangrijke leiders op gezondheidsgebied. Zelfs Bill Gates, één van de funding partners, is trots. Hij vertelde bijvoorbeeld tijdens het Clinton Global Initiative  over de Access to Medicine Index. Daar benadrukte hij met name het meten van prestaties. Voor mij is de index louter een instrument om ons doel te bereiken. Het gaat erom dat we de farmaceutische bedrijven in beweging krijgen. Uiteindelijk zijn het gewoon mensen die kijken naar competitie en die zich afvragen hoe of ze zich in de ranking kunnen verbeteren.”



Conclusie
De Access to Medicine Index appelleert met haar activiteiten aan het fundament van de farmaceutische industrie: geef patiënten toegang tot de medicijnen die zij nodig hebben. De bedrijven zijn zeker niet de enigen die hiervoor verantwoordelijkheid dragen. Tal van organisaties spannen zich in om hier op hun eigen wijze een positieve bijdrage aan te leveren. Leereveld heeft met de index een geobjectiveerd instrument ontwikkeld waar zowel farmaceutische bedrijven als betrokken stakeholders mee kunnen werken. Institutionele beleggers die het Investor Statement hebben ondertekend, zoeken bewust het spanningsveld op tussen business en sociale aspecten. Rendement prima, maar wel verantwoord zodat we ook een wereld overhouden die het waard is om in te leven.

Copyright: Wim Assink
Publicatie: december 2014