Voorbij 't Land van Leuk

Peter Schwartz zei het al: “de homo sapiens ontstond op het moment dat de mens risicobewust werd.” De wereld wordt steeds complexer en onze rekenmodellen steeds geavanceerder. De toekomst kunnen we nog steeds niet adequaat voorspellen. Dat is nog eens pijnlijk duidelijk geworden met de recente financiële crisis. Er zijn vaak te veel onderling samenhangende onzekerheden. Wel kunnen we trends en ontwikkelingen onderkennen, combineren en uitwerken in scenario’s. Niet als waarheid, maar als basis voor een discussie over de toekomst. Jan de Dood denkt al jaren na over onze samenleving, haar toenemende complexiteit, de consequenties van ons gedrag voor de wereld én oplossingsrichtingen. Al is zijn visie vanuit het huidige perspectief gezien niet altijd even positief en opwekkend, zin voor realiteit kan hem zeker niet worden ontzegd. Banking Review spreekt met hem op persoonlijke titel over de crises in de wereld, leverage, deglobalisering en ingrediënten voor een nieuwe toekomst. Doemdenker of realist, in ieder geval een visie om over na te denken. En dat past in deze tijd van contemplatie.

Jan De DoodAfgelopen jaren is er heel wat afgediscussieerd over de oorzaken van de crisis. De ‘Zwarte Piet’ is achtereenvolgens toegespeeld aan financiële instellingen, regelgevers en toezichthouders. Het is gemakkelijk om achteraf te constateren dat het daar fout is gegaan. Dat mag niet weer gebeuren. De Code Banken heeft met zelfregulering dwingende nationale regelgeving kunnen voorkomen. ‘Klant centraal’ moet het vertrouwen van de klant herstellen. Ook op internationaal niveau zijn vele maatregelen genomen om te voorkomen dat het financiële systeem ooit nog uit de bocht zou kunnen vliegen.

Hoe kijkt u tegen deze discussie aan?
“Natuurlijk is het altijd goed om te onderzoeken wat er fout is gegaan in het verleden zodat je er van kunt leren voor de toekomst. Toch heb ik moeite met de wijze waarop de discussie wordt gevoerd. Laat ik beginnen met vast te stellen dat een bank naar mijn mening vooral dienstbaar moet zijn aan de samenleving. Enkele decennia geleden werden banken op winst gerichte ondernemingen, gingen ook reizen verkopen, verzekeringen en allerlei ingenieuze financiële producten. In combinatie met voortschrijdende internationalisering en versnelling van de handel, zijn banken exponentieel gegroeid. Geleidelijk heeft het financiële systeem zich losgemaakt van de samenleving waaraan het ooit dienstbaar was.

Toch is te gemakkelijk om alleen de bankiers de schuld de geven. ‘Sorry zeggen’, klinkt misschien aardig naar het grote publiek maar gaat voorbij aan het feit dat we er allemaal bij zijn geweest. De kern van het probleem zit veel dieper. Als moderne westerse mensen zijn we allemaal lui geworden in onze eigen verantwoordelijkheid voor wat we in onze samenleving zouden moeten onderzoeken. Dat geldt voor de kwaliteit van ons water, voedsel en energievoorziening en ook voor onze financiële huishouding. We zijn op alle fronten steeds meer gaan vertrouwen op de overheid, met beleid, wet- en regelgeving en geïnstitutionaliseerd toezicht. Voor onze financiën was er De Nederlandsche Bank, die controleert het wel. We hebben geleefd in het ‘Land van Leuk’ waarin we alleen maar wilden doen waar we zin in hadden. En niet zodra we het geld hadden maar liefst direct; de middelen waren beschikbaar. Natuurlijk zijn financiële instellingen afgelopen jaren te ver gegaan. Maar we zijn er allemaal bij geweest. Die tijden zijn nu definitief voorbij en men begint zich te realiseren dat het zo niet verder kan.”

Wat vindt u dan van de genomen maatregelen?
“Zelfs als je alleen naar het financiële stelsel zou kijken, gaat de nieuwe regelgeving niet ver genoeg. Ook bij Basel 3 regelgeving is de vermogenseis nog maar beperkt. Instellingen met een zo groot belang voor de samenleving, zouden eigenlijk een buffervermogen moeten hebben van 30 tot 40%. Je moet mijns inziens altijd onderscheid maken tussen de nutsfunctie en het echte ondernemerschap. De nutsfunctie organiseer je met betalingsverkeer, financiering van handelsstromen en dat soort zaken. Spaargelden en uitzetting vindt daar plaats op een normale manier, zonder grote hefbomen. Dan creëer je weer een bank zoals die in oorsprong bedoeld is.

Los daarvan staan de investment banks en hedgefunds die de bedrijfsfunctie invullen. Deze instellingen zouden als normale ondernemingen moeten worden gezien. Zij zouden geen systeemrisico meer mogen vormen. Dat kan door een combinatie van wet- en regelgeving en het kenbaar maken dat de overheid niet garant zal staan voor verliezen. Onder meer in de Code Banken zijn de eerste aanzetten daartoe gemaakt, maar dat mag wat mij betreft nog best wat strenger. Want wie kan mij bijvoorbeeld de echte waarde voor de samenleving uitleggen van high frequency trading? Naar mijn mening is dat de volgende bubbel. Het lijkt soms wel alsof daar een complete ‘cyber war’ woedt. Inmiddels gaat ongeveer 70 tot 80% van de handel via high frequency trading, zonder dat er enige waarde wordt toegevoegd. Handelaren zijn voortdurend met allerlei slimme algoritmes en valse informatie in de weer om elkaar op het verkeerde been te zetten. Bij de flash crash van mei 2010 ging het met het plaatsen van een enkele verkeerde order al bijna mis. Waarom moeten we 24-uurs handel hebben voor asset classes die bedoeld zijn voor de langere termijn? Ik kan me best voorstellen dat we er naar toe werken dat we bijvoorbeeld eenmaal per maand een veiling organiseren waarop je kunt kopen en verkopen. Dat geeft bedrijven en de financiële wereld veel meer rust, en je haalt de hele gekte uit de industrietak. Deze industrietak, zoals die nu georganiseerd is, hebben we als maatschappij immers niet nodig.”

En dan hebben we wereldwijd nog een enorme schuldenlast...
“De schuldpositie die we afgelopen decennia met ons allen hebben opgebouwd, is inderdaad gigantisch. Zeker als je het afzet tegen het Bruto Nationaal Product. We moeten eigenlijk vaststellen dat we die schulden nooit meer kunnen terugbetalen. Volgens de gangbare economische theorieën zou je hyperinflatie moeten creëren om van die enorme schuldenberg af te komen. Dat zie ik nu niet zo gauw gebeuren omdat de schulden wereldwijd een probleem zijn. Hopelijk kunnen we een meltdown van het financiële systeem als geheel voorkomen en krijgen we andere vormen van correctie. Dat kunnen landen, bedrijven of banken zijn die failliet gaan of een herstructurering van de schulden. Maar ook uitkleding van overheidstaken in het algemeen zonder dat daar belastingverlaging tegenover staat, halvering van de pensioenen, verslechtering van de gezondheidszorg behoren tot de mogelijkheden. Ook dit is een vorm van default. Ik denk dat we daar niet aan ontkomen. Er is geen pijnloze oplossing. Het financiële systeem staat niet op zichzelf maar is gekoppeld aan andere systemen en deelsystemen. Welbeschouwd is het een celstructuur. Niet alleen in het financiële systeem, maar in al die systemen heeft de moderne mens in de loop der tijd ‘leverage’ toegepast om versneld groei te realiseren. Natuurlijke resources worden uitgeput, grond, water en lucht vervuild. Je zou zelfs kunnen stellen dat onze sociale interactie is geleveraged, al was het alleen maar doordat persoonlijk contact wordt belaagd door de altijd aanwezige en opdringerige smartphones.

Als we ons beperken tot de financiële problemen, komen we er niet. Eigenlijk hebben we het over vijf grote crises in de wereld: water, voedsel, energie, financieel, klimaat. Als je ze in die volgorde noemt is het logisch en beschrijf je ook een oplopende complexiteit. Je zou een parallel kunnen trekken met de theorie van Maslow over de ontwikkeling van de mens. Water gaat dan over de basis van ons bestaan, het bestaansrecht van het leven op aarde en dus ook van de mensheid. Voedsel staat voor groei, individueel maar ook collectief. Energie symboliseert creativiteit en dynamiek. Financieel staat symbool voor structuur en klimaat tenslotte voor systemen. Deze crises kun je niet los van elkaar zien, zij zijn integraal met elkaar verweven. Ik zie dat als het oude complex. Het heeft ons veel goeds gebracht maar is nu aan vernieuwing toe. Net als bij Maslow,is het noodzakelijk om de basis van onze samenleving op orde te krijgen. Wat ik vooral wil zeggen is dat we moeten leren geïntegreerd naar onze problemen te kijken en we moeten terug naar de basis van ons bestaan: water en voedsel. Als we daar de problemen weten op te lossen, ben ik er van overtuigd dat de bovenliggende crises ook oplossen.”

Dat klinkt allemaal erg idealistisch en jaren vijftig. Globalisering leidt er juist toe dat we produceren op plaatsen waar dat het beste en goedkoopste kan, toch?
“Globalisering is op zijn retour. Dat geldt voor het financiële stelsel maar ook voor de wereldhandel in het algemeen. Ik zie juist een trend naar deglobalisering. Kijk maar eens naar de discussies bij de G-20, de WTO en binnen de Eurozone. Hoezo problemen samen aanpakken? Het gaat steeds meer over eigen belangen en machtsverhoudingen, over valutapolitiek en protectionistische maatregelen. Steeds meer conflicten ontstaan uit de financiële wanverhoudingen in de wereld. Er kan niet meer op vertrouwen zaken worden gedaan en daarmee staat het systeem als geheel ter discussie.

Het is natuurlijk ook van de gekke dat we rozen kweken in Afrika, die vervolgens fysiek in Nederland verhandelen en dan weer de hele wereld oversturen. In financiële termen kan dat aantrekkelijk lijken, maar kijk eens naar de ecologische footprint! Op tal van plaatsen in de wereld zien we gelukkig weer regionale initiatieven. Zo zien we weer veel agrarische initiatieven met producten voor de lokale markt. Tegelijkertijd wordt er ook al veel gekeken hoe hele waardeketens beter georganiseerd kunnen worden, bijvoorbeeld in de cacao-industrie.”

Dus toch terug naar af?
“Zo zie ik dat niet maar we moeten wel terug naar meer eigen verantwoordelijkheid en lokale communities. Begin maar eens dichtbij en bouw het van daaruit verder op. Waar komt ons drinkwater vandaan en hoe is het gesteld met de voedselvoorziening? Als het fout gaat, ben ik dan in staat om mijn bevolking te voorzien van drinken en eten? Het dorp waar ik woon, heeft genoeg grond om self-supporting te kunnen zijn. Toch gebruiken we de grond veelal om diervoeder te verbouwen. We zouden onze resources ook anders in kunnen zetten. Waarom gebruiken we de kassen in de Wieringermeer en rondom Alkmaar niet voor groenteteelt met vitaal water, gezonde grond en zonder gebruik van pesticiden en kunstmest? Dat lost een stuk van het energieprobleem op, en borgt daarnaast de water- en voedselvoorziening en indirect de gezondheid van de bevolking. Ik heb hier met telers wel over gesproken en hun antwoord is steevast: dan heb ik geen business model. Toch zit in Dalfsen een dergelijk kassenbedrijf die leverancier is voor de Librije in Zwolle en dus de beste en lekkerste groenten teelt. Het kan dus wel, we moeten het alleen willen en organiseren.”

En hoe zouden financiële instellingen in dit plaatje passen?
“Juist financiële instellingen zijn in staat om het verschil te maken. Vanuit hun nutsfunctie is het mogelijk om een bijdrage te leveren aan de inrichting van een nieuwe samenleving. Zij moeten weer leren dienstbaar te zijn aan de community, de samenleving en verantwoordelijkheid nemen voor hun handelen. En dat is realiseerbaar. In mei heeft Marcel de Berg in Rotterdam een bijeenkomst georganiseerd over het gedachtegoed van Lester Brown, verwoord in zijn boek ‘Plan B 4.0’. Lester Brown presenteerde zelf zijn visie op de problemen in de wereld en de mogelijkheden om de samenleving opnieuw in te richten. Niet louter idealistisch maar ook praktisch. Hoe kunnen we dat organiseren en financieren? Naast mensen als Herman Wijffels, waren er ongeveer 30 professionals uit de financiële sector aanwezig. Daar zaten pensioenfondsen bij, banken en fondsbeheerders.

De algemene conclusie was dat een agrarisch innovatiefonds een goed begin zou kunnen zijn. Het geld is beschikbaar in pensioenfondsen, de infrastructuur bij de fondsbeheerders en de kennis en kunde bij de banken. Echter ook hier geldt:, we moeten het willen en organiseren. Natuurlijk geeft bestaande regelgeving nog beperkingen. Pensioenfondsen worden bijvoorbeeld afgerekend op hun dekkingsgraad. Dus je hebt het Ministerie van Financiën nodig om dit initiatief op te zetten. Bij het Ministerie van Economische Zaken zijn we al geweest. Als je wilt stimuleren om uit de crisis te komen richt je dan op activiteiten die bijdragen aan de samenleving. Het zou erg helpen als ook de politiek dit ondersteunt. Als je het verhaal vertelt, willen veel partijen wel meedoen. Het vraagt alleen een visie die verder gaat dan louter financieel rendement creëren, we moeten de huidige systematieken zo aanpassen dat we ook sociaal rendement kunnen meten, iets wat nu nog maar moeilijk gaat.”

Het lijkt een intrigerende gedachte die bij iedereen ergens wel goed aanvoelt. Alleen kunnen we het nog niet goed pakken. Misschien wel omdat we vastzitten in ons economisch denken. We hoeven het einddoel ook niet precies te kennen. “Het gordijn gaat iedere dag een stukje verder open”, aldus De Dood. “Als we doorgaan met ecologisch exploiteren, zal de aarde zelf haar grenzen bepalen. Een normale rustige oplossing uit de crises is er niet meer. Maar met goede wil kunnen we evolueren naar een nieuwe fase. Ik ben daarin een optimistisch mens ”

Copyright: Wim Assink
Publicatie: december 2010