Food for Thought

Het begrip ‘duurzaamheid’ heeft de afgelopen jaren veel aan kracht ingeboet. Te vaak is het misbruikt als holle marketingslogan. Gaat duurzaamheid om de verpakking of willen we de consequenties van ons gedrag echt onder ogen zien? Uiteindelijk raakt dit onderwerp de basis van ons bestaan en onze beschaving: ons voedsel. Banking review spreekt hierover met Lester Brown, één van ’s werelds meest invloedrijke opinieleiders. Iemand die trends waarneemt, scherp analyseert en conclusies trekt. Maar ook iemand die oplossingsrichtingen bedenkt en, met zijn 77 jaar, kind aan huis is bij de groten der aarde. “Je eigen gedrag aanpassen is prima, maar het gaat erom zo veel mogelijk anderen te overtuigen dat we fundamenteel anders tegen economisch handelen aan moeten kijken.


Lerster Brown 1


“Ik heb het altijd voor onmogelijk gehouden dat voedsel een zwak punt zou kunnen vormen van onze moderne samenleving. Afgelopen jaren ben ik echter van mening veranderd, recente rapporten van internationale organisaties als de FAO onderschrijven dat. Ook de Rabobank heeft hierover onlangs een rapport gepresenteerd aan het IMF. Voedsel wordt een zwakke schakel, omdat productie en consumptie steeds meer uit evenwicht raken. Kijk maar naar de graanprijs, die de afgelopen jaren enorm is gestegen. In mijn ogen is het onvermijdelijk dat deze trend verder doorzet en prijzen niet meer terugveren naar oude niveaus. Dat is een zorgelijk signaal dat we niet mogen negeren. Ik hoop dat stijgende voedselprijzen ons tijdig wekken uit ons comfortabele leven, waar alles voor ons altijd vanzelfsprekend beschikbaar is. Wij moeten nu echt iets gaan doen om het tij te keren. Bevolkingsgroepen met lage inkomens worden het eerst en het hardst geraakt, maar indirect ondervinden wij ook de consequenties. Wij moeten nu echt iets gaan doen om het tij te keren.”

Grenzen aan productie
“De hedendaagse landbouw kent een lange geschiedenis. Ze is het resultaat van technologische ontwikkelingen gedurende maar liefst 11.000 jaar onder opmerkelijk stabiele klimatologische omstandigheden. Landbouw heeft zich toegelegd op het maximaliseren van de productie binnen deze randvoorwaarden. En juist dat klimaatsysteem is nu aan het veranderen. We zien dat het weer steeds meer uitschieters kent. Extreme weersomstandigheden volgen elkaar zo snel op, dat ze bijna voortdurend spelen. Het was altijd zo dat we af en toe een oprisping hadden, waarna het weer zich stabiliseerde rond normaal. Nu is er geen ‘normaal’ meer om naar terug te keren. Het weer bevindt zich in een constante staat van flux. Daarmee raken het klimaatsysteem en het landbouwsysteem steeds verder ‘out of sync’.
De consequenties voor onze voedselproductie zijn groot. Kijk maar eens naar de gevolgen van de hitteholf in de zomer van 2010 in Rusland. Daar is de graanoogst afgenomen van grofweg 100 miljoen ton tot ongeveer 60 miljoen ton. Dat alleen al leidde tot een afname van de wereldvoorraad graan en een ongekende prijsstijging op de wereldmarkt. Het was de bedoeling om deze voorraden in 2011 weer op niveau te brengen. Boeren zouden, gestimuleerd door hoge graanprijzen, meer graan zaaien en meer mest gebruiken. Dat deden ze ook. Desondanks zijn de graanvoorraden nu wederom lager dan vorig jaar. Dus kijken we nu naar volgend jaar. Daarbij weten we dat deze oogst nu al weer wordt bedreigd door de droogte in een aantal van de zuidelijke gebieden in de VS. Het is zeer verontrustend dat we als gevolg van klimatologische omstandigheden, ondanks hoge prijzen, blijkbaar niet in staat zijn om onze voedselvoorraden aan te vullen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de watertekorten die de graanproductie in andere landen negatief beïnvloeden.
Daarbij wordt de pijplijn met technologische innovaties voor de landbouwsector steeds leger. In landen als Japan werken wetenschappers en boeren nauw samen. Toch blijkt ook daar de productie van rijst de laatste 14 jaar aan haar plafond te zitten. De rijstopbrengst in China is afgelopen jaren significant gestegen, maar het is de vraag of China in staat zal blijken de opbrengst verder uit te bouwen. Daarbij moeten we ons realiseren dat China en Japan samen goed zijn voor een derde van de rijstproductie in de wereld. In Europa kunnen we kijken naar de drie belangrijkste tarwe producerende landen: Duitsland, Frankrijk en Engeland. Ook daar zit de productie de laatste 8 jaar aan haar plafond. Boeren zetten iedere technologie in die beschikbaar is. Wellicht kunnen we nog enige verbeteringen doorvoeren, maar we moeten ons realiseren dat de meeste mogelijkheden in de afgelopen eeuwen al zijn benut. Ik verwacht eigenlijk geen grote stappen voorwaarts, die relevant zijn voor de graanopbrengst. Dat wordt steeds moeilijker, al zijn ze wel noodzakelijk.”

Groeiende wereldbevolking
“Ook aan de consumptieve kant wordt de druk groter. De wereldbevolking groeit met alle consequenties van dien. Er ontstaat een nieuwe middenklasse met andere voedselbehoeften. Naar schatting trachten ongeveer drie miljard mensen op dit moment hoger op de ‘voedselladder’ te komen en proberen ze meer graanintensieve voedselproducten te consumeren. Tien jaar geleden groeide de graanbehoefte met ongeveer 20 miljoen ton per jaar, inmiddels zitten we op een jaarlijkse stijging van maar liefst 40 miljoen ton.
Daarbij is het schijnend om te constateren dat steeds meer mensen aan honger lijden. Het aantal ondervoede mensen in de wereld, dat in de laatste decennia van de vorige eeuw afnam tot ongeveer 825 miljoen mensen, is de laatste jaren gegroeid naar meer dan een miljard. De impact van stijgende voedselprijzen is extra groot bij arme mensen. Uiteindelijk leidt honger tot verminderde politieke stabiliteit en meer falende overheden. Landen kunnen hun grenzen niet meer handhaven, de samenleving raakt uit balans of de vooruitgang stagneert. Kijk maar eens naar landen als Pakistan, Afghanistan, Democratische Republiek Congo of Somalië. Ik vraag me wel eens af hoeveel falende landen we ons kunnen veroorloven, voordat we een falende beschaving hebben.”

Internationale verhoudingen
“Toenemende voedselschaarste, met name graan en rijst, werkt ook door in de internationale verhoudingen, ik noem dat de geopolitiek van voedsel. In het verleden ging de discussie binnen de GATT vooral over toegang tot afzetmarkten. Sinds 2007, toen de graanprijzen begonnen te stijgen, gaat het over toegang tot voorraden. Landen als Argentinië en Rusland, ooit grote graanexporteurs, hebben behoorlijk ingegrepen op hun export teneinde de nationale voedselprijzen laag te houden. Importerende landen zijn zich van hun kant gaan realiseren dat ze voor hun voedselvoorziening niet langer kunnen vertrouwen op de wereldmarkt. Aan alle kanten worden nu stappen ondernomen om meer grip te krijgen op voedsel. Landen als China, Korea en Saoedi-Arabië verwerven op grote schaal grondstukken geschikt voor landbouw in Afrika, Zuid-Amerika en ook wel in het Verre Oosten. Volgens een studie van de Wereldbank van verleden jaar betrof het een gebied dat vergelijkbaar is met de totale oppervlakte tarwe en maïs in de VS. Het lijkt alsof zich al weer een nieuwe fase aandient. En Korea loopt daarin voorop. Korea is weliswaar zelfvoorzienend met rijst, maar importeert ongeveer zeventig procent van haar graanbehoefte. Zij hebben een publiek/private instantie opgezet in Chicago met een groot aantal graansilo’s op het platteland in het midden westen van de VS. Ze kopen graan direct van boeren om te verschepen naar Korea. In feite onttrekken ze daarmee een deel van het graansurplus, dat anders via de reguliere markt zou worden verkocht.
Als de export van soja naar China, geleidelijk wordt vervangen door graan, zullen consumenten in Amerika en China uiteindelijk gaan concurreren om de graanvoorraden uit de VS. Normaal zou de overheid dan exportbeperkende maatregelen nemen. Maar in het geval van de VS ligt dat lastig met China als belangrijkste financier. Kunnen we dan tegen China zeggen: ‘je krijgt ons graan niet?’ We zullen uiteindelijk ons voedsel moeten delen met de Chinezen, of we dat nu leuk vinden of niet. Olieproducerende landen hebben een andersoortige machtspositie ten opzichte van de VS, maar in essentie is de VS haar onafhankelijkheid kwijt.”

Complex
“De onderlinge verbondenheid tussen gebeurtenissen en de complexiteit van onze moderne wereld is enorm. Deze verbanden overzien we niet, omdat zij geen onderdeel uitmaken van onze opleiding en denkwereld. Wie doorgrondt de consequentie van smeltend ijs in Groenland voor de belangrijkste rijstproducerende gebieden in Azië, waar ook nog eens ongeveer de helft van de wereldbevolking leeft? Dat geldt ook voor de smeltende gletsjers op het Tibetaans plateau. Het smeltwater voedt niet alleen de belangrijkste rivieren in China, maar ook de irrigatiesystemen van boeren die daar aan zijn gekoppeld. De relatie tussen smeltend ijs en de stijgende voedselprijzen in de supermarkt, is nog niet algemeen bekend. Zelfs onze politici en beleidsmakers hebben de tijd niet om het allemaal te doorgronden.
We kijken nu met name naar economische en financiële tekorten van landen, banken en consumenten. Dat probleem is nu het meest nijpend. Maar hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het is een mindset om schulden als normaal te accepteren en het is dezelfde mindset die aan de basis ligt van ontbossing en uitbuiten van onze natuurlijke hulpbronnen. We zien nu de economische tekorten, maar het zijn ook ecologische tekorten. Al begrijpen we nog niet goed wat daarvan de impact is, we leven ondertussen wel in de veronderstelling dat onze kinderen onze economische en ecologische schulden wel zullen terugbetalen. En dan in een periode waarin de omstandigheden waarschijnlijk nog veel minder goed zijn dan nu.”

Lester Brown 2

Oplossingen
“In mijn boek Plan B 4.0 geef ik een aantal alternatieven aan. Het zou enorm helpen als overheden de belastingsystemen nog meer zouden koppelen aan verbruik, in plaats van aan inkomen. Dat maakt dat we ons als consument allemaal bewuster worden van ons gedrag. Onze prijzen komen nu tot stand op basis van vraag en aanbod, waarbij we alleen rekening houden met directe kosten. Dat wil zeggen de kosten van datgene wat we daadwerkelijk consumeren. Benzine kost in de VS bijvoorbeeld zo’n drie dollar per gallon zonder enige vorm van belastingheffing. Als we ook indirecte kosten zouden meerekenen, hebben we het over veel hogere bedragen. Waarom verdisconteren we niet het verbruik van schaarse grondstoffen, vervuiling, militaire aanwezigheid in het Midden-Oosten om toegang tot oliebronnen zeker te stellen, en dergelijke. Dan zou de benzine misschien wel ‘ twaalf dollar kosten. Dat is schrikken, maar zo ontstaan wel eerlijker markten waarin alle consequenties van ons economisch handelen worden meegenomen.
Ook over de allocatie van publieke middelen is wat te zeggen. Zo heeft de VS twee onnodige oorlogen gevoerd, die geheel met schulden zijn gefinancierd. Als we zouden besluiten een deel van deze middelen anders in te zetten met de lange termijn economische en ecologische belangen voor ogen, dan betekent dat voor de mensheid een enorme stap voorwaarts.”

Positieve ontwikkelingen
“Er zijn ook al positieve ontwikkelingen. Op het gebied van energie bijvoorbeeld zien we dat er wordt nagedacht op een schaal die we nog niet eerder hebben gezien binnen deze sector. De grootste kolencentrale had waarschijnlijk niet meer vermogen dan vijfduizend megawatt. Bij kerncentrales heb je het over vijf- tot achtduizend megawatt. Nu wordt er in Wyoming een windpark ontwikkeld voor tweeduizend megawatt, één in Zuid Dakota voor vijfduizend megawatt, er komt er één in Texas voor tienduizend megawatt. En in China worden zeven complexen voor windenergie gebouwd, die elk minimaal tienduizend megawatt groot zijn. De grootste is zelfs achtendertigduizend megawatt, genoeg om bijvoorbeeld heel Polen of Egypte van stroom te voorzien. De schaal waarop deze parken worden ontwikkeld, is buitengewoon. Waaruit ook blijkt dat er wat kan gebeuren als we middelen op de juist manier alloceren. In feite kent de VS nu een moratorium op kolengestookte centrales. Van de 492 nog bestaande kolencentrales zullen er komende jaren 71 hun deuren sluiten.
Afgelopen jaren heb ik mijn inzichten met veel regeringsleiders en topmensen uit het bedrijfsleven kunnen delen. Tot voor kort zaten daar eigenlijk geen financiële instellingen bij. Dat begint gelukkig te veranderen. Ook daar ontstaat langzaam de behoefte aan een bredere kijk op de ontwikkelingen. Financiële instellingen zijn instrumenteel in een noodzakelijke transitie en hebben met hun fondsen een enorme slagkracht. Door hun fondsen op de juiste manier te alloceren, kunnen zij een significante bijdrage leveren aan het oplossen van problemen op het gebied van voedsel, water en energie. Als financiële instellingen inzien dat hun verantwoordelijkheid verder gaat dan rendement, zou dat echt helpen. De impact daarvan zou wel eens heel erg groot kunnen zijn. Want als financials dit doen, moeten overheden, bedrijven en consumenten wel mee.”

 

Copyright: Wim Assink
Publicatie: december 2011