Voedsel is hot! Het ene kookboek na het andere verschijnt en altijd speelt er wel ergens een televisieprogramma over koken. Consumenten zijn zich bewuster dan ooit van wat ze eten. De ene dieetgoeroe na de andere staat op. Langzaam ontstaat het besef dat gezondheid en voedsel nauw met elkaar verbonden zijn. We willen lekker en verantwoord eten, liefst voor niet te veel geld. Voor de westerse consument is dat overvloedig beschikbaar.

Wat dat betreft hebben voedselproducerende bedrijven het afgelopen decennia uitstekend gedaan. Grootschalige landbouw en internationalisatie hebben geleid tot enorme productiestijgingen en efficiënte handelsstromen. De meeste producten kunnen inmiddels het hele jaar door en tegen relatief lage kosten worden aangeboden.

Maar alles heeft zijn prijs, al betalen wij er niet voor. De agrofoodsector heeft een onaanvaardbaar grote ecologische impact. Denk aan verlies aan biodiversiteit, ontbossing, vervuiling, uitdroging, klimaat en dergelijke. Liefst 24% van de mondiale broeikasemissies is terug te voeren op de agrofoodsector. Het sturen op efficiëntie heeft bovendien niet kunnen voorkomen dat voedselkwaliteit regelmatig ter discussie staat. Evenmin heeft ons globale voedselsysteem sociale ongelijkheid weg kunnen nemen. Een groot deel van de wereldbevolking lijdt aan ondervoeding. De FAO schat dat 2 miljard mensen de gevolgen van tekortkoming in de voedselvoorziening ervaren. En dat terwijl er aan de andere kant juist sprake is van overvoeding, met alle (welvaarts)ziektebeelden die daar bij horen.

De verwachte demografische ontwikkelingen zullen in de toekomst nog meer druk leggen op ons voedselsysteem. De wereldbevolking stijgt van ruim 7 miljard nu naar 9 miljard tegen 2040. Als gevolg van de economische ontwikkeling in opkomende landen, groeit de middenklasse explosief van 2 miljard tot naar verwachting 4,9 miljard in 2030. Het lijkt logisch dat de vraag naar voedsel en dus ook de prijzen, aanzienlijk zullen stijgen. Niet alleen de geopolitieke verhoudingen zullen daardoor wijzigen. Het raakt ook direct aan de voedselzekerheid. Bij dit soort 'megatrends' is de Russische boycot niet meer dan een ‘hiccup’.

De uitdagingen waarvoor de agrofoodsector staat, zijn gigantisch. Toch is Nederland bij uitstek geschikt om deze het hoofd te bieden. Met Wageningen en andere toonaangevende instellingen hebben we veel kennis in huis. Innovatie is het sleutelwoord. De Nederlandse regering neemt verantwoordelijkheid door ‘Agri& Food’ als één van de topsectoren te beschouwen.

Ondertussen staken steeds meer Nederlandse boerenbedrijven hun activiteiten. De leegstand kan de komende jaren die van kantoren zelfs overtreffen, concludeerde Alterra onlangs. In de primaire sector wordt te weinig verdiend terwijl er veel moet worden geïnvesteerd. Banken haken af. Juist daarover ging de conferentie op Nyenrode, elders in dit blad. Wat kunnen financiële instellingen doen om bedrijven in de agrofoodsector te helpen om de noodzakelijke transitie te realiseren? Langs traditionele weg weinig. Dat werd al snel duidelijk.

Maar niets doen is ook geen optie. We zullen andere modellen moeten zoeken; vormen van samenwerking die meer waarde toevoegen dan een reguliere bankfinanciering. Rabo Farm bijvoorbeeld, een fonds dat met institutioneel geld investeert in akkerbouwbedrijven in Oost-Europa, deze verduurzaamt en verpacht. De Rabobank, sowieso uniek gepositioneerd in deze sector, introduceerde net voor de zomer het hoopgevende programma ‘Banking4Food’. Ik ben benieuwd naar de uitwerking en hoop op meer vruchtbare initiatieven. Een duurzaam voedselsysteem staat aan de basis van ons welzijn én dat van onze kinderen. Of willen wij de laatste generatie zijn die comfortabel heeft geleefd in Luilekkerland?

Copyright: Wim Assink
Publicatie: september 2014